spoorweg

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spoor·weg
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spoorweg spoorwegen
verkleinwoord spoorweggetje
spoorwegje
spoorweggetjes
spoorwegjes

Zelfstandig naamwoord

spoorweg m

  1. (spoorwegen) pad dat middels de aanleg van rails en bielzen geschikt gemaakt is voor treinvervoer
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Afrikaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • spoor·weg

Zelfstandig naamwoord

spoorweg

  1. spoorweg m; spoorbaan