gordijn

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een gordijn.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gor·dijn
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gordijn gordijnen
verkleinwoord gordijntje gordijntjes

Zelfstandig naamwoord

gordijn o

  1. een doek ter afdekking van bijvoorbeeld een raam
    Door 's avonds het gordijn te sluiten komt het licht van de straatlantaarns niet naar binnen.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie