precedent

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pre·ce·dent
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘eerder plaats gevonden hebbend geval’ voor het eerst aangetroffen in 1503 [1]
  • afgeleid van het Franse précédent (met het voorvoegsel pre-) [2] [3]
enkelvoud meervoud
naamwoord precedent precedenten
verkleinwoord precedentje precedentjes

Zelfstandig naamwoord

precedent o

  1. een geval dat eerder heeft plaatsgevonden en men zich op beroepen kan
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen