pokken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pok·ken

Zelfstandig naamwoord

pokken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord pok
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord - pokken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

pokken o mv

  1. (medisch) (geschiedenis) uiterst besmettelijke en levensbedreigende virusziekte die huid en slijmvliezen aantastte waartegen een Engelse arts Edward Jenner omstreeks 1796, een vaccin op basis van koepokken ontwikkelde
    Sinds de tweede helft van de jaren zeventig van de twintigste eeuw is pokken door een uitgebreide wereldwijde vaccinatiecampagne niet meer voorgekomen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
pokken
pokte
gepokt
zwak -t volledig

Werkwoord

pokken [2]

  1. slaan, kloppen [3]


Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. Woordenboek der Nederlandse taal