Naar inhoud springen

vaccin

Uit WikiWoordenboek
  • vac·cin
enkelvoud meervoud
naamwoord vaccin vaccins
verkleinwoord

hetvaccino

  1. (medisch) uit verzwakte ziekteverwekkers bestaande entstof om afweer op te bouwen
     De beste manier om verspreiding van hiv te voorkomen zou een effectief vaccin zijn.[4]
     Vanwege de COVID-19- pandemie wordt er nu zeer veel geld beschikbaar gesteld voor het ontwikkelen van een beschermend vaccin en wordt alles in het werk gesteld om dat versneld te testen.[4]
97 %van de Nederlanders;
96 %van de Vlamingen.[5]
  • IPA: /vak.sɛ̃/
  • vac·cin
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  vaccin     le vaccin     vaccins     les vaccin  

vaccin m

  1. (medisch) vaccin