perk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • perk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord perk perken
verkleinwoord perkje perkjes

Zelfstandig naamwoord

perk o [2]

  1. grens, omheining
  2. (met bloemen en planten bedekt) omheind stuk grond
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
perken

perk

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van perken
    • Ik perk. 
  2. gebiedende wijs van perken
    • Perk! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van perken
    • Perk je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

enkelvoud meervoud
perk perks

Zelfstandig naamwoord

perk

  1. voordeel