bloemperk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bloem·perk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bloemperk bloemperken
verkleinwoord bloemperkje bloemperkjes

Zelfstandig naamwoord

bloemperk o

  1. Bloembed. Een begrensd stukje grond dat men bloemen beplant is.
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.