uitkering

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·ke·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord uitkering uitkeringen
verkleinwoord uitkerinkje uitkerinkjes

Zelfstandig naamwoord

uitkering v

  1. (economie) betaling van geld op basis van sociale wetgeving
    • De sociale uitkeringen worden aan strengere regels gebonden. 
  2. betaling van geld
    • De werknemers krijgen dit jaar een éénmalige uitkering van 400 euro bruto. 
    • De aandeelhouders kunnen een bescheiden uitkering van dividend verwachten. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie