kostschool

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kost·school
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kostschool kostscholen
verkleinwoord kostschooltje kostschooltjes

Zelfstandig naamwoord

kostschool v/m

  1. (onderwijs) een school waar de leerlingen vijf dagen per week niet alleen les volgen, maar ook kost en inwoning krijgen
     De Nederlandse Hannah van 11 zit sinds de zomervakantie op een kostschool in Engeland.[1]
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 13 juli 2020 Weblink bron “Hannah (11) zit op een kostschool” (7 oktober 2019), NOS Nieuws
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be