volpension

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vol·pen·si·on
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord volpension
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

volpension o

  1. verblijf in een hotel waarbij de overnachting, het ontbijt, de lunch en de avondmaaltijd zijn inbegrepen in de prijs
    • Verblijf op basis van volpension met activiteiten zoals gamedrives en wandelingen.[1] 
    • Dhr. Plemp zou 1400 euro betaald hebben voor deze reis. Volgens mijn berekening is dat betaald voor twee personen. Voor dit bedrag krijgt hij: vlucht naar Barcelona, transfer, volpension en onbeperkt gratis drank. Alleen het drankpakket kost al 225 euro[2] 
    • Pensionklanten moeten voor de nieuwe vorm van paardenhouderij ongeveer 50 euro per maand meer betalen dan wanneer ze volpension nemen. ,,Maar ze besparen onder meer op stalstrooisel. Op het eind zal het weinig uitmaken,’’ zegt Sandra Hesselink. Een deel van de wei kan worden begraasd.[3] 
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. de Telegraaf 08 jul. 2017
  2. de Telegraaf 27 apr. 2017
  3. Tubantia 08-AUGUSTUS-2015