omschakelen
Uiterlijk
- Geluid: omschakelen (hulp, bestand)
- IPA: / ˈɔmsxakələ(n) / (4 lettergrepen)
- om·scha·ke·len
- samenstelling van om bw en schakelen ww
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| omschakelen |
schakelde om |
omgeschakeld |
| zwak -d | volledig | |
omschakelen
- (elektrotechniek) door aan een schakelaar te draaien van richting, werking enz. doen veranderen
- (techniek) door te schakelen van richting, werking enz. doen veranderen
- aanpassen, veranderen, van de ene manier van denken overgaan naar een andere manier
- ▸ Mentaal was het nogal omschakelen van kilometers naar mijlen.[1]
- [1,2] omleggen, [1,2] omleiden, [1-3] overschakelen
- Het woord omschakelen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "omschakelen" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Scheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Elektrotechniek in het Nederlands
- Techniek in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %