negativist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ne·ga·ti·vist
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord negativist negativisten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

negativist m

  1. iemand die het bestaan van iets ontkent, aanhanger van het negativisme
Antoniemen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be