moord

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • moord
enkelvoud meervoud
naamwoord moord moorden
verkleinwoord moordje moordjes

Zelfstandig naamwoord

moord v/m

  1. het opzettelijk en met voorbedachten rade een ander van het leven beroven
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • De moord op iemand
het vermoorden van iemand
  • Een moord plegen
iemand vermoorden
  • daar komt moord en doodslag van
dat gaat grote problemen veroorzaken, daar komt ruzie van
  • moord en brand schreeuwen
heel verontwaardigd zijn
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
moorden

moord

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van moorden
    • Ik moord. 
  2. gebiedende wijs van moorden
    • Moord! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van moorden
    • Moord je?