moorden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • moor·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
moorden
moordde
gemoord
zwak -d volledig

Werkwoord

moorden

  1. (inergatief) het plegen van meestal meerdere moorden
    De bende roofde en moordde alsof er geen wet bestond.
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

moorden mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord moord