droom

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • droom
enkelvoud meervoud
naamwoord droom dromen
verkleinwoord droompje droompjes

Zelfstandig naamwoord

droom m

  1. beelden die men ziet wanneer men slaapt
  2. een gedachte waarvan met graag had gehad dat ze werkelijkheid werd
Uitdrukkingen en gezegden
  • Zijn droom waarmaken.
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
dromen

droom

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dromen
    Ik droom.
  2. gebiedende wijs van dromen
    Droom!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dromen
    Droom je?