Naar inhoud springen

maxima

Uit WikiWoordenboek
  • maxi·ma

demaximamv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord maximum
93 %van de Nederlanders;
93 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be


maxima m mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord maximum


  • IPA: /maksɪma/
  • ma·xi·ma

maxima

  1. genitief enkelvoud van maximum
  2. nominatief meervoud van maximum
  3. accusatief meervoud van maximum
  4. vocatief meervoud van maximum