luk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • luk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord luk
verkleinwoord lukje

Zelfstandig naamwoord

luk o

  1. Arch. [1]:geluk, fortuin
    Door 't dwaelziek luck. - Vondel
    Het lichte luk. - Hooft
Afgeleide begrippen
Verwijzingen
  1. Nederduitsch taalkundig woordenboek. P. Wieland 1807-1811

Werkwoord

vervoeging van
lukken

luk

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lukken
    Ik luk.
  2. gebiedende wijs van lukken
    Luk!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lukken
    Luk je?