livemuziek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • live·mu·ziek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord livemuziek
verkleinwoord livemuziekje livemuziekjes

Zelfstandig naamwoord

livemuziekv

  1. (muziek) muziek die direct wordt beluisterd tijdens het spelen
    • In dit café is altijd wel livemuziek te horen. 

Gangbaarheid