limon

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak
Woordafbreking
  • li·mon
Woordherkomst en -opbouw
  • [1] Uit Volkslatijn *limo, accusatief limonem, een secundaire afleiding van (klassiek) Latijn limus modder. [1]
  • [2] Uit een hypothetische, Keltische (Gallische) vorm *leimo-, die verwant zou zijn aan Latijn limen drempel, balk (van de deurlijst)”, en tevens bewaard gebleven zou zijn in Portugees leme. [2]
  • [3] Uit Italiaans limone. [3]

Zelfstandig naamwoord

limon m

  1. (geologie) slib, afzetting op de bodem van in (stromend) water aanwezige vaste deeltjes.
  2. (bouwkunde) boom, de zijkanten van de trap (waaraan de treden bevestigd zijn).
  3. (fruit) limoen, een groene citroenachtige, Citrus aurantiifolia op Wikispecies
Synoniemen

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 13 januari 2021 Weblink bron limon1 in: TLFi, Le Trésor de la langue française informatisé, Dictionnaire de l’Académie française, huitième édition, 1932-1935 (1971–1994) op cnrtl.fr
  2. Bronlink geraadpleegd op 13 januari 2021 Weblink bron limon2 in: TLFi, Le Trésor de la langue française informatisé, Dictionnaire de l’Académie française, huitième édition, 1932-1935 (1971–1994) op cnrtl.fr
  3. Bronlink geraadpleegd op 13 januari 2021 Weblink bron limon3 in: TLFi, Le Trésor de la langue française informatisé, Dictionnaire de l’Académie française, huitième édition, 1932-1935 (1971–1994) op cnrtl.fr

Turks

Woordafbreking
  • li·mon
enkelvoud meervoud
nominatief   limon     limonlar  
genitief   limonun     limonların  
datief   limona     limonlara  
accusatief   limonu     limonları  
locatief   limonda     limonlarda  
ablatief   limondan     limonlardan  

Zelfstandig naamwoord

limon

  1. (fruit) citroen
  2. (plantkunde) citroenboom