foeilelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • foei·le·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen foeilelijk
verbogen foeilelijke
partitief foeilelijks - -

Bijvoeglijk naamwoord

foeilelijk

  1. (intensief) bijzonder lelijk
    Zij had weer zo'n foeilelijke hoed op.