humeur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hu·meur
enkelvoud meervoud
naamwoord humeur humeuren
verkleinwoord humeurtje humeurtjes

Zelfstandig naamwoord

humeur o

  1. mentale of emotionele toestand
    • Hij had een slecht humeur omdat hij slecht geslapen had. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Frans

enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  humeur     l'humeur     humeurs     les humeurs  

Zelfstandig naamwoord

humeur v

  1. humeur
    • Humeur noirezwartgalligheid. 
  2. lichaamsvocht