krab

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • krab
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord krab krabben
verkleinwoord krabje
krabbetje
krabjes
krabbetjes

Zelfstandig naamwoord

krab v/m

  1. (dierkunde) kreeftachtige die leeft in de nabijheid van water
Verwante begrippen
  • krabbe
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
krabben

krab

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van krabben
    Ik krab.
  2. gebiedende wijs van krabben
    Krab!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van krabben
    Krab je?

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl