klep

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klep
enkelvoud meervoud
naamwoord klep kleppen
verkleinwoord klepje klepjes

Zelfstandig naamwoord

klep v/m

  1. verstelbare afsluiting
    Hij klapte de klep van de piano open en slaat wat tonen aan.
    De motor heeft vier kleppen per cilinder.
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
kleppen

klep

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kleppen
    Ik klep.
  2. gebiedende wijs van kleppen
    Klep!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kleppen
    Klep je?