klauw

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klauw
enkelvoud meervoud
naamwoord klauw klauwen
verkleinwoord klauwtje klauwtjes

Zelfstandig naamwoord

klauw v

  1. poot / kromme nagel van een roofdier
    Met z'n reusachtige klauwen vermorzelt het beest z'n prooi.
  2. (informeel) (grof) hand
    Blijf met je klauwen van mijn lijf!
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • in de klauwen van iemand vallen
    • door iemand onderschept worden
Vertalingen