klauw

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klauw
enkelvoud meervoud
naamwoord klauw klauwen
verkleinwoord klauwtje klauwtjes

Zelfstandig naamwoord

klauw v

  1. poot / kromme nagel van een roofdier
    Met z'n reusachtige klauwen vermorzelt het beest z'n prooi.
  2. (informeel) (grof) hand
    Blijf met je klauwen van mijn lijf!
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • in de klauwen van iemand vallen
    • door iemand onderschept worden
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
klauwen

klauw

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van klauwen
    Ik klauw.
  2. gebiedende wijs van klauwen
    Klauw!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van klauwen
    Klauw je?