Naar inhoud springen

klauwen

Uit WikiWoordenboek
Beide klauwen van deze tijger zijn links en rechts van de kop goed te zien.
  • klau·wen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
klauwen
klauwde
geklauwd
zwak -d volledig

klauwen

  1. overgankelijk iets wegnemen van iemand en het zich wederrechtelijk toe-eigenen
    • Iemand heeft mijn portemonnee geklauwd. 

deklauwenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord klauw
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be