wolfsklauw

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wolfs·klauw
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘plantengeslacht’ voor het eerst aangetroffen in 1543 [1]
  • samenstelling van  wolf   en  klauw   met het invoegsel -s-
enkelvoud meervoud
naamwoord wolfsklauw wolfsklauwen
verkleinwoord wolfsklauwtje wolfsklauwtjes

Zelfstandig naamwoord

wolfsklauw v / m

  1. (plantkunde) sporenplant van het geslacht Lycopodium op Wikispecies
  2. (dierkunde) vijfde teen van een hondenpoot
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen