griffe
Uiterlijk
- grif·fe
- grif met de uitgang -e
griffe
- verbogen vorm van de stellende trap van grif
| vervoeging van |
|---|
| griffen |
griffe
- aanvoegende wijs van griffen
- Het woord griffe staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- oftewel geleend van een Oudfrankisch *grif, oftewel van het werkwoord griffer met eveneens Frankische oorsprong (cognaat met Nederlands grijpen) [1]
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| griffe | la griffe | griffes | les griffes |
griffe v
| vervoeging van |
|---|
| griffer |
griffe
- ↑ griffe (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Bijvoeglijknaamwoordsvorm in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 6
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Werkwoordsvorm in het Frans