kilo

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ki·lo
Woordherkomst en -opbouw
  • van Frans kilo, in de betekenis van ‘kilogram’ voor het eerst aangetroffen in 1866 [1] [2] [3]
    Het numerieke voorvoegsel kilo- in het metrische SI-systeem ter aanduiding van een duizendvoud is gebaseerd op het Oudgrieks χίλιοι (chílioi) "duizend". Voor de transcriptie van de Griekse χ werd de letter k gekozen, in plaats van de gebruikelijke ch, omdat die de transcriptie chilo zou opleveren: problematisch omdat het zou klinken als Frans "chie l'eau" schijt het water.
enkelvoud meervoud
naamwoord kilo kilo's
verkleinwoord kilootje kilootjes

Zelfstandig naamwoord

kilo m

  1. (natuurkunde) (eenheid) (afkorting) informele afkorting van "kilogram" de SI-eenheid van massa (symbool: kg)
    • Op zo'n grote massa (hoeveelheid) maakt een kilo meer of minder niets uit. 
     Vraag het aan Gentenaar Geert Claus, uitbater van frituur Emily’s, hoe zwaar het is. Hij legt de laatste meters te voet af, met de fiets aan de hand. ‘Een paar tandjes te weinig, een paar kilootjes te veel.’[4]
     ‘Mijn rugzak woog wel 20 kilo, en nu loopt iedereen met dat ultralichte spul. Ik begrijp al die haast van tegenwoordig niet. Wij vonden 25 kilometer per dag al prima, terwijl jullie nu ruim 40 kilometer per dag doorjakkeren. Neem toch de tijd, zoiets maak je maar een keer in je leven mee. Het heeft me nooit losgelaten na al die jaren.’[5]
  2. (economie) (eenheid) (verouderd) informele afkorting van "kilogram" (kilogramkracht) een eenheid voor een gewicht of kracht, (niet volgens het SI-stelsel, maar heel gebruikelijk)
    • De prijs per kilo is ongeveer gelijk aan die van onze concurrent. 
  3. (spellingsalfabet) spelwoord van het ITU/NAVO-spellingalfabet voor de letter k
Synoniemen
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. kilo op website: Etymologiebank.nl
  3. "kilo" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  4. Bronlink Weblink bron Rob Gollin “De helling van de mooie meisjes knijpt de renner de keel dicht” (10 juli 2019), de Volkskrant
  5. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Engels

Zelfstandig naamwoord

kilo

  1. kilo
  2. Zuid-Afrika: kilometer
    • A few kilo's down the road the spotlight caught a pair of yellow eyes and we discovered they belonged to a lone lioness.[1] 

Verwijzingen


Frans

Zelfstandig naamwoord

kilo m

  1. kilo


Spaans

enkelvoud meervoud
kilo kilos

Zelfstandig naamwoord

kilo m

  1. kilo.