ketel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ke·tel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ketel ketels
verkleinwoord keteltje keteltjes

Zelfstandig naamwoord

ketel m

  1. meestal rond metalen vat, vaak geschikt om onder druk gezet te worden
    • Zonder ketels zouden de stoommachine en de Industriële Revolutie niet mogelijk geweest zijn. 
  2. (huishouden) (kookkunst) object om water aan de kook te brengen b.v. een fluitketel, waterketel
  3. (aardrijkskunde) keteldal
  4. kop van een aardewerken tabakspijp
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen