heksenketel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hek·sen·ke·tel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord heksenketel heksenketels
verkleinwoord heksenketeltje heksenketeltjes

Zelfstandig naamwoord

heksenketel m [1]

  1. (geen mv.) chaos en drukte, pandemonium
  2. ketel waar een heks haar drankjes in brouwt
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen