ketelbink
Uiterlijk
- ke·tel·bink
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ketelbink | ketelbinken |
| verkleinwoord | ketelbinkie | ketelbinkies |
de ketelbink m
- (scheepvaart) scheepsjongen
- ▸ Na een paar dagen te hebben gezocht, monsterde ik als zestienjarige in de functie van ketelbink op het wildevaart-schip SS ‘Haulerwijk’ van de rederij Ehrhard en Dekker, die hun kantoren hadden in de van Vollenhovenstraat in Rotterdam.[2]
- Het woord ketelbink staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "ketelbink" herkend door:
| 85 % | van de Nederlanders; |
| 33 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ ketelbink op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Weblink bron Port Churchill in: Hollands Maandblad., 281 jrg. 12 nr. 4 (april 1971), Stichting Hollands Weekblad, Den Haag, p. 12 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Scheepvaart in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 85 %
- Prevalentie Vlaanderen 33 %