fluitketel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

fluitketel
Uitspraak
Woordafbreking
  • fluit·ke·tel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord fluitketel fluitketels
verkleinwoord fluitketeltje fluitketeltjes

Zelfstandig naamwoord

fluitketel m

  1. (huishouden) waterketel met een stoomfluit in de dop die ter waarschuwing fluit als het water kookt
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie