keizer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kei·zer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord keizer keizers
verkleinwoord keizertje keizertjes

Zelfstandig naamwoord

keizer m

  1. (beroep) (adel) (regering) een monarch van de allerhoogste rang, oorspronkelijk die van het Romeinse rijk
    • Keizer Karel V verenigde de zeventien Nederlanden tot een eenheid met een gezamenlijke Staten-Generaal. 
Anagrammen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen