imperator

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • im·pe·ra·tor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord imperator imperatoren
imperators
verkleinwoord imperatortje imperatortjes

Zelfstandig naamwoord

imperator m

  1. eretitel voor Romeins opperbevelhebber
Verwante begrippen

Gangbaarheid

81 % van de Nederlanders
89 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl


Latijn

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

imperātor m

  1. gebieder, aanvoerder, hoofd
  2. (opper)bevelhebber
Verwante begrippen
Verbuiging