kliek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kliek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kliek klieken
verkleinwoord kliekje kliekjes

Zelfstandig naamwoord

kliek v/m

  1. groep van mensen die veel samen doen en andere mensen buiten de groep houden
    De directeuren van scholen vormen een echte kliek die veel dingen onderling regelen.

Meer informatie