invoeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·voe·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
invoeren
voerde in
ingevoerd
zwak -d volledig

Werkwoord

invoeren

  1. overgankelijk iets nieuws introduceren
    • Wordt het niet eens tijd om een nieuwe stijl in te voeren. 
  2. overgankelijk (techniek) invoer verzorgen in een systeem (met name informatie)
    • Voer jij deze waarden even in? 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
invaren

invoeren

  1. (in een bijzin) meervoud verleden tijd van invaren
    • ...dat wij invoeren. 
    • ...dat jullie invoeren. 
    • ...dat zij invoeren. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.