inleiden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·lei·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inleiden
leidde in
ingeleid
zwak -d volledig

Werkwoord

inleiden

  1. overgankelijk (medisch) kunstmatig op gang brengen b.v. bij een bevalling
    • De artsen besloten in te leiden omdat de bevalling te lang uitbleef. 
  2. overgankelijk een begin maken aan een verhaal, boek of andere publicatie of presentatie
    • Het boek werd ingeleid met een kort voorwoord van de hand van een beroemd auteur. 
  3. overgankelijk naar binnen geleiden, invoeren, al of niet overdrachtelijk
    • Zij was de eerste die hem in de Ambonse plantenwereld inleidde. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen


Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.