introduceren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·tro·du·ce·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
introduceren
introduceerde
geïntroduceerd
zwak -d volledig

Werkwoord

introduceren

  1. overgankelijk iets nieuws inbrengen of invoeren
    • Dat introduceert ongemerkt een andere foutenbron. 
  2. overgankelijk iemand voor het eerst aan mensen voorstellen
    • Hij werd door de gastvrouwe geïntroduceerd. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Wiktionnaire
  2. etymologiebank.nl