incident

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ci·dent
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘(hinderlijk) voorval’ voor het eerst aangetroffen in 1683 [1]
  • afgeleid van het Franse incident [2] [3]
enkelvoud meervoud
naamwoord incident incidenten
verkleinwoord incidentje incidentjes

Zelfstandig naamwoord

incident o

  1. een opschudding verwekkend voorval
    • Er was gisteren een ernstig incident aan de grens met Noord-Korea. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen