voorval

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·val
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord voorval voorvallen
verkleinwoord voorvalletje voorvalletjes

Zelfstandig naamwoord

voorval o

  1. een onverwachte en uitzonderlijke gebeurtenis
    • Na dit voorval had hij er geen zin meer in. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
voorvallen

voorval

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voorvallen
    • ... dat ik voorval. 
Opmerkingen
  • Het werkwoord komt vrijwel alleen in de derde persoon voor.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie