hekel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • he·kel
enkelvoud meervoud
naamwoord hekel hekels
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

hekel m

  1. (gereedschap) een werktuig gebruikt bij het verwerken van hennep of vlas [1]
    • Hij haalde de bundel hennepvezels over de hekel. 
  2. een sterke afkeer van iets [2]
    • Hij had een enorme hekel aan de herrie van zijn buren. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Iemand over de hekel halen.
scherpe kritiek hebben over iemand, (achter de rug) kwaadspreken over iemand
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
hekelen

hekel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hekelen
    • Ik hekel. 
  2. gebiedende wijs van hekelen
    • Hekel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hekelen
    • Hekel je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

Meer informatie