afkeer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·keer
enkelvoud meervoud
naamwoord afkeer -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

afkeer m

  1. een sterke behoefte om zich tegen iets te keren omdat je het vervelend of verkeerd vindt
    Sommige mensen hebben een afkeer van het drinken van alcohol.
    Hij keek met afkeer naar de vechtende mannen.
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
afkeren

afkeer

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van afkeren
    ... dat ik afkeer.