afkeer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·keer
enkelvoud meervoud
naamwoord afkeer -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

afkeer m

  1. een sterke behoefte om zich tegen iets te keren omdat je het vervelend of verkeerd vindt
    • Sommige mensen hebben een afkeer van het drinken van alcohol. 
    • Hij keek met afkeer naar de vechtende mannen. 
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
afkeren

afkeer

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van afkeren
    • ... dat ik afkeer. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie