start

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • start
enkelvoud meervoud
naamwoord start starts
verkleinwoord startje startjes

Zelfstandig naamwoord

start m

  1. een begin ergens van
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
starten

start

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van starten
  2. gebiedende wijs van starten

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
vervoeging
onbepaalde wijs to start
he/she/it starts
verleden tijd started
voltooid
deelwoord
started
onvoltooid
deelwoord
starting
gebiedende wijs start

Werkwoord

start

  1. starten
  2. beginnen
    «The rain started at 9:00.»
    Om 9:00 begon het te regenen.
Antoniemen


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • start
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Engels.

Werkwoord

start

  1. gebiedende wijs van starte

Zelfstandig naamwoord

start m

  1. start
  2. startfase
Verbuiging
o enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   start     starten     starter     startene  
genitief   starts     startens     starters     startenes  
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: stille til start (delta)
deelnemen
  • [1]: få start på (få i gang)
aan de praat krijgen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • start
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Engels.

Werkwoord

start

  1. gebiedende wijs van starta
Synoniemen

Werkwoord

start

  1. gebiedende wijs van starte
Synoniemen

Zelfstandig naamwoord

start m

  1. aanvang, begin, start
  2. startfase
Verbuiging
o enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   start     starten     startar     startane  
genitief                        
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen