giro

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gi·ro
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord giro giro's
verkleinwoord girootje girootjes

Zelfstandig naamwoord

giro m

  1. (financieel), (economie) betaalsysteem vergelijkbaar met een bank
  2. de wielerronde van Italië
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
88 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
girar

giro

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van girar