Naar inhoud springen

gebogen

Uit WikiWoordenboek
  • ge·bo·gen
vervoeging van: buigen…
geen verbogen vorm

gebogen

  1. voltooid deelwoord van buigen
     Haar schouders zijn gebogen, haar gebruikelijke elegantie is ver te zoeken en ze glipt door het zijdeurtje naar buiten.[1]
  2. attributief gebruikt
     Otto gaat met gebogen hoofd de Oude Kerk binnen.[1]
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[2]
  1. 1 2
    Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021809526
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be