gebogen
Uiterlijk
- ge·bo·gen
- vervoeging van buigen: de stam met omvoegsel ge- -en en een klinkerwisseling ui-oo (IPAː /ʌʏ/ - /oː/)
| vervoeging van: | buigen… |
| geen verbogen vorm | |
gebogen
- voltooid deelwoord van buigen
- ▸ Haar schouders zijn gebogen, haar gebruikelijke elegantie is ver te zoeken en ze glipt door het zijdeurtje naar buiten.[1]
- attributief gebruikt
- ▸ Otto gaat met gebogen hoofd de Oude Kerk binnen.[1]
- Het woord gebogen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "gebogen" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[2] |
- 1 2 Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx“Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789021809526 Citefout: Ongeldig label <ref>; de naam "Het huis aan de gouden bocht" wordt meerdere keren met andere inhoud gedefinieerd. - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Voltooid deelwoord met ge- -en
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %