gebogen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·bo·gen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
buigen

gebogen

  1. voltooid deelwoord van buigen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.