begerig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ge·rig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen begerig begeriger begerigst
verbogen begerige begerigere begerigste
partitief begerigs begerigers -

Bijvoeglijk naamwoord

begerig

  1. vol verlanging iets te verkrijgen waar men vaak geen recht op heeft
    • Zij wierpen begerige blikken op het vele geld dat over de toonbank ging. 
  2. schade veroorzakend verlangen
    • Hij was zo begerig naar de nieuwste computer dat hij zijn vriendinnetje en zijn baan verloor. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
95 % van de Vlamingen.