gezelligheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Gezelligheid en gastvrijheid.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·zel·lig·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gezelligheid gezelligheden
verkleinwoord gezelligheidje gezelligheidjes

Zelfstandig naamwoord

gezelligheid v

  1. het gezellig zijn
    • Bedankt voor de gezelligheid. 
  2. een aangename atmosfeer of omgeving
    • Wat een gezelligheid hier! 
Synoniemen
Antoniemen
Spreekwoorden
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie