charmant

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • char·mant
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘leuk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1698 [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen charmant charmanter charmantst
verbogen charmante charmantere charmantste
partitief charmants charmanters -

Bijvoeglijk naamwoord

charmant

  1. aangenaam in omgang
    • We kunnen het ‘charmant’ en ‘authentiek’ noemen, maar uiteindelijk is het natuurlijk bloedirritant dat we op deze wereld allemaal verschillende talen spreken.[2] 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen