vrijgezel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vrij·ge·zel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vrijgezel vrijgezellen
verkleinwoord vrijgezelletje vrijgezelletjes

Zelfstandig naamwoord

vrijgezel m

  1. een ongehuwde man of vrouw
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
stellend
onverbogen vrijgezel
verbogen vrijgezelle

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als bijvoeglijk naamwoord.

Bijvoeglijk naamwoord

vrijgezel

  1. zonder levenspartner
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie