evenaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram) évenaar

evenáár

Woordafbreking
  • eve·naar
Woordherkomst en -opbouw
  • In de huidige betekenis is het een leenvertaling van Latijn aequator de de aarde in twee gelijke delen verdeelt [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord evenaar evenaars
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

evenaar m [2]

  1. (aardrijkskunde) een denkbeeldige cirkel die op een hemellichaam het noordelijk van het zuidelijk halfrond scheidt
    Bij het voor het eerst passeren van de evenaar werden passagiers aan boord van schepen met Neptunus geconfronteerd.
  2. (verouderd) (1811) [3]: dat wat gelijk van gewicht is, evenwicht.
    ..die den evenaar van de fransche en spaansche Mogentheden noode zagen overslaan. -- Hooft
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
evenaren

evenáár

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van evenaren
    Ik evenaar.
  2. gebiedende wijs van evenaren
    Evenaar!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van evenaren
    Evenaar je?

Verwijzingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie